woensdag 26 augustus 2015

Zwarte Pieten

Ik heb hier een paar jaar geen woord (met roet) aan vuil gemaakt, maar: De piet houden zoals hij altijd was lijkt me geen optie. Het komt niet van het roet, want waarom hebben ze allemaal kroeshaar en rode lippen, en waarom is de helft bruin in plaats van zwart? Het is geen meningskwestie die nog uitgevochten kan worden: Het is gewoon racistisch. Punt. Daar zouden we als land vanaf moeten willen. Een piet die roet in zijn of haar haar heeft en roet op z'n gezicht, in grove vlekken, maar geen oorbellen, kroeshaar of rode lippen, is dan dus zwart omdat hij door de schoorsteen komt en omdat hij stiekem door de nacht sluipt, en zwart de kleur van de nacht is. Een soort camo. Als Ninja's die cadeau's brengen. Daarom hebben ze ook die nacht camouflage bij mensen die geen schoorsteen hebben. Daar is dan, lijkt mij, niks racistisch aan, omdat het geen enkel raakpunt meer heeft met het racistische beeld van de knecht: Geen egaal zwarte of bruine huidskleur, geen rode lippen, kroeshaar en/of oorbellen. De kleurenpiet is ten eerste een esthetisch falen (want het is minder spannend met al die felle kleuren door elkaar, en lijkt meer op een clown, en we willen toch juist van dat domme stuntelkarakter af? En waarom is dat stuntelkarakter eigenlijk een probleem als ze allemaal oranje zijn? Of voelt Willem Alexander zich dan beledigd?) en ten tweede hebben die vaak nog steeds kroeshaar (in een felle kleur) en gekleurde lippen. Eigenlijk hebben die kleurenpieten dus meer gemeen met het racistische stereotype beeld dan de roetvegen piet. Het is namelijk nog steeds een knecht met kroeshaar en oorbellen, je hebt alleen de kleur veranderd. In plaats van luisteren naar mensen die moeite hebben met een racistische traditie, en het concept aan te passen tot iets dat wel werkt voor zoveel mogelijk mensen, ben je met de kleurenpiet het gewoon groen aan het maken en hoop je dat ze het dan maar niet meer doorhebben. Dat is geen oplossing, maar gewoon een visueel onaantrekkelijk uitstel van executie. Bovendien schaadt je dan de mythologie, omdat er niet op een leuke en goede manier te verklaren is waarom er allemaal mensen rondlopen wiens gezichten roze en blauw zijn, of erger nog: Die een wafelijzer afdruk in hun gezicht hebben. Zijn die gebrandmerkt ofzo? Dat klinkt ook als een slaaf eigenlijk. Wil dit feest ontsnappen aan de (terechte) controverse dan zie ik eigenlijk maar twee lange termijn oplossingen: Heel Sinterklaas afschaffen, of gaan voor een roetvegen-piet zonder kroeshaar, zonder rode lippen en zonder oorbellen. Die zijn kleur heeft van de schoorsteen en als camouflage in de nacht. Spannend, visueel interessant, verklaarbaar, nog steeds zwart en niet meer racistisch.

donderdag 18 juni 2015

Is Het 'Het' Of 'De' Diagram?

Kortgeleden is er een rapport genaamd "Antisemitisme onder Jongeren in Nederland - Oorzaken en Triggerfactoren" vrijgegeven. Ik heb dat niet gelezen, want ik haat lezen, maar in een artikel dat nogal kritisch op dit rapport in ging (denk ik, want ik haat lezen) heb ik wel de plaatjes bekeken. Bovenaan stond de (of het) volgende diagram:


Mijn eerste gedachte hierover, en ik neem aan dat dat ook het onderwerp van het artikel in kwestie was, was 'waarom is er een rapport 'Antisemitisme onder jongeren' als zoveel meer mensen negatief zijn over Marokkanen, Moslims en/of Turken?

Mijn tweede gedachte was: Als die tabel klopt en dus 31% van de Christenen Turken haat, maar 34% Moslims, betekent dat dan dat 3% van die 34 over het algemeen zo positief is over Turken dat ze daarvoor hun Moslimhaat vergeten?
Of komt het omdat niet alle Turken Moslim zijn en was de vraag 'Heb je een hekel aan Turken?' en hebben ze bij het antwoord 'Alleen als ze niet Moslim zijn' het pas als Turkenhaat gerekend?
Nee, dat slaat nergens op. Het zijn waarschijnlijk andere ondervraagde mensen die negatief zijn over de Moslims dan degene die alleen negatief zijn over de Turken?
Maar dat maakt dan wel meteen die hele figuur niks meer waard. Want we weten dus nu niet of die groepen overlappen, en dus van de 45% procent van de Christenen die Marokkanen haten ook 3% andere Moslims haten behalve Turken, en 31% ook Turken, of dat die cirkels juist niet overlappen, en dat 45% alleen Marokkanen haat, 34% alle Moslims en 32% alleen Turken en ze dus 110% van de Christenen ondervraagd hebben. De waarheid moet er wel tussenin zitten, de cirkels overlappen voor 'een bepaalde hoeveelheid'. Of eigenlijk dus juist een onbepaalde hoeveelheid. Maar omdat we niet weten hoe groot die hoeveelheid is kan deze hele diagram vervangen worden door de zin 'Heel wat Christenen zijn negatief over Marokkanen, Moslims en/of Turken' en dan zou het nog nauwkeuriger zijn ook.

Nu ben ik nog voorbij gegaan aan het feit dat ze cirkels gebruiken (die oppervlakte suggereren) in plaats van staafjes. Maar aan de getallen te zien zouden het staafjes moeten zijn. Je kijkt echter naar de oppervlakte, en die is 3,14*((1/2))*diameter)^2, dus veel groter. Hierdoor lijken de drie grote rondjes veel groter dan het 12% rondje dan ze in werkelijkheid zijn. De oppervlakte van het Marokkanenrondje is namelijk grofweg 13 keer zo groot als het Jodenrondje. Terwijl de daadwerkelijke hoeveelheid 'maar' 4 keer zo groot is. En dan weten we nog niet hoeveel die drie grote cirkels overlappen. Iets wat ze aan de hand van dit diagram niet lijken te doen, daarmee de visuele suggestie wekkende dat de Christelijke negativiteit naar Moslims 28 keer zo groot is als de Moslimse haat naar Joden. Terwijl dit in werkelijkheid ergens tussen de 9 en de 4 zou moeten liggen. Nog steeds veel meer natuurlijk, maar toch is dit manipulatie en dus propaganda en dus misschien niet de beste manier om als Moslim serieus genomen te gaan worden is een land waar 110% van de Christenen een potentiële hekel aan je heeft.

#mierenneukerij

dinsdag 28 april 2015

360º filmtechniek: het einde van film?

In de nieuw opkomende rage van 360º filmmaken kan je met behulp van een telefoon of tablet een filmpje kijken alsof jij de camera bestuurt. Als je je telefoon draait, draait de camera mee. Terwijl de film doorspeelt kan jij dus als kijker vrijuit om je heen kijken en zelf beslissen waar je de camera op richt. Een virtual reality ervaring voor iedereen zonder Oculus Rift. Maar is dit nog wel film? Is dit de toekomst van verhalen vertellen, of is, nu de kijker beslist waar de focus ligt in plaats van de maker, dit misschien wel meer een zoekplaatje dan een narratief? Een soort game, ontstaan uit het huwelijk tussen film en smartphones.


Als kind heb ik nooit een Gameboy of Playstation gehad. Ik heb er vast heel vaak om gevraagd, maar kan me ook niet echt een moment herinneren waarop ik het jammer vond dat ik er geen kreeg. Daarnaast hadden wij een Mac als computer, nog zo’n grijze van plastic. In die tijd vonden mensen je dom als je dat had, of hadden simpelweg nog nooit van Apple gehoord. Als ze er wel van gehoord hadden wisten ze maar één ding: 'Dat zijn toch die computers waar je geen spelletjes op kan spelen?' Dat was inderdaad zo. Het moge duidelijk zijn dat ik niet ben opgegroeid met computerspellen zoals veel van mijn vrienden dat wel zijn. Als ik bij hen ging spelen keek ik vaak liever gewoon naar hoe zij door een spel heen sjeesden dan dat ik zelf in multiplayer mode meedeed. Of dat nou komt omdat ik zelf geen Console had of omdat het gewoon niet mijn karakter is om in die interactiviteit te duiken is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk een beetje van beide.

Interactiviteit
Ik heb dan ook een haat-liefdeverhouding met interactiviteit. Aan de ene kant vind ik het fascinerend. Ik hield van die boeken van vroeger waar je kon kiezen wat er gebeurde: 'Als je wilt dat Jantje door de achterdeur naar buiten gaat, lees dan verder op pagina 34.” Het creëren van mogelijkheden, opties en verschillende scenario’s voor het publiek is een kunstvorm op zichzelf. Maar het is meer world building dan story telling en aan de andere kant heb ik dan ook juist moeite met interactiviteit. Bij een game erger ik me er snel aan dat ik zoveel moeite moet doen om een verhaal te kunnen zien. Space Invaders is misschien moeilijk met een film te vergelijken, maar de nieuwste GTA komt behoorlijk in de buurt. Ik moet echter de hele tijd knopjes indrukken om ‘de film’ te kunnen kijken en het ziet er ook nog eens lelijker uit, want iedereen is een computerpoppetje dat houterig beweegt. Als ik een film kijk, gaat alles tenminste vanzelf. Ik kan gewoon gaan zitten en opgaan in het verhaal. Films en series trokken dus ook altijd meer mijn aandacht dan de nieuwe Zelda en ik ben zelfs uiteindelijk filmmaker geworden. 

Vorig jaar heeft de VPRO mij echter gevraagd om samen met een aantal andere makers een interactieve film te maken. In deze film kiest de kijker welk karakter hij of zij in beeld krijgt, en beslist daarmee hoe de montage in elkaar zit. Aan de ene kant verloochen je misschien je taak als regisseur door als maker niet helemaal te kunnen bepalen waar de kijker naar kijkt, aan de andere kant is het een interessante uitdaging om te kunnen bedenken wat er allemaal wel niet gebeurt in de momenten dat ik als regisseur normaal de camera ergens anders op zou richten. Het was een frustrerende en vooral fantastische ervaring.

De opkomende trend van 360º filmmaken is in principe een soort vervolg op de ‘kies-de-camera’-interactiviteit van die film voor de VPRO. Mocht dit soort interactief filmmaken mainstream worden dan is het niet zoals bij 3D gewoon ‘klassieke film met een extraatje’, maar kunnen we spreken van een echt veranderd medium waarbij de maker en het publiek samenwerken. De vertelvorm moet zich dan aanpassen aan de kijkwijze. Maar hoe creëer je als maker in 360º spanning als je dus niet weet of je publiek wel op de juiste dingen let? De kijker bestuurt met zijn mobiele telefoon als het ware jouw camera en kan vrijuit alle kanten op kijken, dus het kan nog moeilijk worden een verhaal te vertellen waarbij je nooit weet of de kijker niet met z’n rug naar je toe staat.

lineair verhaal
Subtiliteit in de vertelling kan dan ingewikkeld zijn, want elke hint die je de kijker wilt geven moet 360º in de rondte, overal gegeven worden, anders mist hij hem misschien. 
Waarschijnlijk is het dan ook beter om de 360º film helemaal niet te willen gebruiken om een lineair verhaal te vertellen. Voor non-narratieve films zoals videoclips wordt de 360º techniek dan ook al volop in­gezet, zoals bijvoorbeeld de videoclip ‘What Do We Care 4’ van het Nederlandse Steye & the Bizonkid. Zo zou je bijvoorbeeld een detective­film kunnen maken waarbij de kijker zelf uit­gebreid op de crime scene rond kan kijken en zoeken naar hints. Het verhaal wordt dan gevormd in het hoofd van de kijker in plaats van door montage. Of een levende, bewegende Where’s Wally plaat waarbij iedereen door elkaar loopt. Ook kun je de kijker midden in een horrorfilm plaatsen, waarbij de kijkrichting een soort zaklamp in het donker is. Als je even wegkijkt is de hoofdpersoon vermoord. Dan maak je juist gebruik van het gebrek aan 360º film om spanning te creëren. Voor live-registraties is het natuurlijk sowieso interessant. Je kunt sportuitzendingen maken waarbij de kijker zelf kiest welke speler hij of zij wilt volgen of concertfilms waarbij je echt om je heen kan kijken alsof je erbij was. Misschien nog wel interessanter: Je kunt voor het eerst nu een documentaire maken die echt objectief is, want de maker kiest geen subjectieve kijkrichting.

Mogelijkheden
De mogelijkheden zijn in principe eindeloos, maar meer en meer blijkt dat de benaming ‘360º film’ verwarrend is. Dit is namelijk niet film. Dit is een op zichzelf staand nieuw medium dat dichter bij de game ligt. Ik denk dan ook niet dat het film zal vervangen of vernieuwen, maar meer een nieuwe, gefilmde tak van gaming is die naast film op zichzelf kan staan. En net als bij games ben ik als filmmaker meer geïnteresseerd in de mogelijkheden en het bedenken en uitwerken van een concept, dan in het spelen van het ‘spel’. Hoewel het succes van de game-industrie wel degelijk suggereert dat film de strijd uiteindelijk zal gaan verliezen, is de 360º trend vooralsnog vooral een trend. Maar wel een leuke.

illustratie door Kwennie Cheng

dinsdag 13 januari 2015

#JESUISCHANDLER

Toen ik laatst een kiwi at vroeg iemand: “Jij was toch allergisch voor kiwi’s?” Nu bleek dat ze me verwarde met Ross uit Friends, want die is dus wel allergisch voor kiwi’s. Niet de acteur, het personage. Ik werd verward met Ross. Ik vond mezelf meer een Chandler dan een Ross, maar dat vond verder niemand. Ik was toch echt meer een Ross. Eerst vond ik dat heel jammer. Ik dacht toch echt dat ik die gast was die overal sarcastische opmerkingen over maakte, dat dat het ding was waar mensen mij aan herkenden, maar dat is dus niet zo. Ik ben gewoon die nerd. Ik ben ook wel een nerd, dat ontken ik niet, ik wist alleen niet dat ik meer de nerd was dan de gast met de sarcastische opmerkingen.


Toen ging ik er meer over nadenken. Eigenlijk is het best cool om Ross te zijn. Hij is misschien een beetje een idioot, maar hij heeft wel een passie (dinosaurussen) en daar heeft hij zijn beroep van gemaakt en daar gaat hij vol voor. Dat is wel te waarderen. Hij is oprecht en eerlijk. Joey is een beetje een playa, maar heeft wel een hart van goud. Monica is wat uptight, maar dat is ook alleen maar omdat ze eerlijk is over waar ze moeite mee heeft. Phoebe is al helemaal oprecht en open, maar lijkt een beetje verzonnen te zijn vanuit de gedachte: “Oh ZES personages?! Ik dacht dat je zei vijf! Geef me een minuutje, dan bedenk ik er nog een.” en dan vergeet ik nog het karakter van Aniston. Voor zover ik me haar karakter kan herinneren heeft zij geen enkele noemenswaardige karaktertrek. Ik weet niet eens meer hoe haar karakter heet eigenlijk. Maar volgens mij is zelfs zij oprecht. Chandler is eigenlijk het minst open van alle karakters uit de hele serie als je er zo over nadenkt. Hij is gewoon een working stiff zonder interessante hobby’s of andere noemenswaardigheden die als enige leukheid heeft dat hij andere mensen belachelijk maakt. Eigenlijk is dat best wel triest. Chandler is het Facebook van Friends.

Maar toch willen we allemaal het liefst Chandler zijn. Passie tonen is maar suf. Wat pas echt leuk is is als je iemand uit kan lachen. Dan hoef je jezelf minder bloot te geven, verhef je je boven anderen en kan je ook nog eens nooit falen in wat je zelf aan het doen bent, want je doet ook niets. Toch waarderen we dit als samenleving boven alles. Kijk maar naar wat er gebeurt als er iemand neergeschoten wordt die zijn beroep heeft gemaakt van grapjes maken. De hele wereld heet ineens Charlie. Het belangrijkste recht als mens op aarde lijkt toch wel te zijn dat je iemand anders belachelijk mag maken. En omdat de meeste extremisten ook behoorlijk belachelijk zijn, is dat eigenlijk een nogal gemakkelijk iets om te doen. Een makkelijk doelwit, erop schieten is alleen maar dapper omdat het je misschien vermoordt. Toch kennen we de mensen van de satirische stripjes veel ballen toe, alsof dit allemaal vanuit volle passie en met een betere wereld als doel gedaan is. Net als bij Ross en zijn paleontologie. Maar ik heb een aantal stripjes gezien en ik krijg eigenlijk het gevoel dat de striptekenaars misschien wel meer Chandlers zijn dan Rossen. Ze waren vooral mensen belachelijk aan het maken. Schoppen is makkelijk, zij hadden gewoon de pech dat ze de verkeerden geschopt hadden. Dat ze neergeschoten werden is natuurlijk nooit goed te praten en dat probeer ik verder ook helemaal niet te doen, ik heb alleen het gevoel dat schieten met woorden of plaatjes nog steeds schieten is, minder dodelijk, maar net zo agressief.

Toch heten we momenteel ineens allemaal Charlie. Of dat nou is vanuit de grootheidswaanzin dat onze mening net zo relevant of shockerend is als die van het tijdschrift of vanuit een oprecht medeleven met de families van overleden mensen is soms moeilijk te zeggen. Er is in de afgelopen week dan ook veel over geroepen, sommige dingen subliem, sommige dingen meer als iets van Nico Dijkshoorn. Nico Dijkshoorn zelf viel onder de categorie van mensen die Nico Dijkshoornige dingen riepen. Hij zei over de aanslag: “Wetenschappers, waar ook ter wereld, vergeet de opwarming van de aarde, vergeet het x-deeltje. Wetenschappers: recht je schouders en bewijs voorgoed dat het opperwezen niet bestaat. Bewijs dat liefde, leven, hartstocht en mededogen, alleen maar voortkomen uit een magistrale, volstrekt toevallige samensmelting van moleculen en atomen.”
Deze opmerking is door vrienden en vreemdelingen van mij als ‘goede woorden’ en ‘extreem raak’ omschreven. Maar raak? Als je denkt dat die religieuze extremisten een boodschap gaan hebben aan wetenschap in welke vorm dan ook kan je nog wel eens voor een teleurstelling komen te staan. Deze mensen geloven namelijk. En geloof is een onwankelbaar vertrouwen in iets, ongeacht tegenargumenten. Wat moeten zij nou met jouw onderzoeksresultaten? Maar nog veel belangrijker: Wetenschap kan helemaal niet bewijzen dat iets niet bestaat. Volgens de falsificatietheorie van Karl Popper kan wetenschap alleen aantonen of iets wél bestaat. Je weet namelijk nooit of er niet stiekem toch kabouters zijn. Je kan niet onder alle rotsen tegelijk zoeken, en zelfs dan zul je net zien dat Paulus zich in een boom schuilhoudt. Erger nog: Als je de wetenschap wilt gaan inzetten niet vanuit onderzoek maar om een bepaald voorbedacht resultaat te behalen ben je niet echt meer wetenschap aan het beoefenen. Dan wil je gewoon dat jouw theorie de waarheid is. Dat klinkt ineens akelig veel als het extremisme waartegen Dijkshoorn zich verzet. Prachtige woorden dus, van Nico, maar geheel betekenisloos en gesproken door iemand die zowel geloof als wetenschap totaal niet begrijpt.

Dat gebeurt overigens wel meer. Mensen die claimen ‘te geloven in wetenschap’ vinden dat een god niet bestaat en dat de gelovige mensen dat nu maar eens door moeten gaan hebben. Als je 'gelooft in wetenschap' snap je niet wat wetenschap is en als je zegt dat een god sowieso niet bestaat ben je net zo gelovig als iemand zegt dat ‘ie sowieso wel bestaat. De waarheid is: We weten het niet, en totdat we wetenschappelijk kunnen aantonen dat God wél bestaat, zullen we het nooit weten. Toegegeven: de kans op een opperwezen is natuurlijk niet bijster groot, maar de kans op het ontstaan van zelfbewust leven vanuit een willekeurige samenkomst van atomen ook niet, en toch kan ik nu deze tekst typen op mijn MacBook. 

Wetenschap draait om verwondering. Bij het maken van een foto van een stukje lucht ter grote van een postzegel waarop geen sterren te zien zijn, bleken bij een lang genoege sluitertijd honderden sterren tevoorschijn te komen. Maar deze sterren waren geen sterren, maar sterrenstelsels. Net als de melkweg, elk weer bestaande uit miljoenen sterren. Het universum is zelfs zo groot dat er in een samenloop van ontploffingen en chemische reacties uiteindelijk zelfs iets heeft kunnen ontstaan dat zo complex is dat het kan gaan uitzoeken hoe groot en complex het universum eigenlijk wel niet is. Maar mensen houden hun wereld liever klein en controleerbaar. ‘Wij Europeanen’, ‘wij Nederlanders, ‘wij Amsterdammers’, ‘wij uit de Baarsjes’, ‘wij de familie Jansen’, ‘wij die geloven in dat er sowieso (g)een God bestaat en dat jij dus je bek moet houden.’ Hoe kleiner de wereld te maken is, hoe fijner mensen het lijken te vinden. Als er een volk uitgemoord wordt in een ver land is dat op zich wel erg enzo, maar als er een windmolen in de Randstad komt te staan hebben we ECHT een probleem. Waar zijn landsgrenzen vandaag de dag überhaupt nog goed voor behalve ter behoud van Nationalisme? Het buiten houden van alles wat anders is, van alles wat je wereldje kan vergroten tot een maat waarin het niet meer te overzien is, laat staan de grootte van het universum. Maar waarom is er zoveel angst voor een grote wereld en voor alles wat wij niet begrijpen? Waarom is de oneindigheid van het heelal en de nietigheid van ons bestaan maar zo zelden een bron van fantasie en verwondering?

Ooit was geloof niet meer dan een manier om de grote wonderlijke natuur te kunnen verklaren. 'Thor heeft vast een bliksemhamer, want waar komen anders die donderklappen vandaan?' Maar de laatste honderden jaren lijkt het meer een manier te zijn geworden om de wereld juist niet te hoeven begrijpen. Om dingen te kunnen weten zonder je iets af te hoeven vragen. Om het beter te weten dan een ander en niet onzeker en nietig te hoeven zijn. Als we niet ministipjes op een ministipje naast een ministipje in een sterrenstelsel zijn, maar de hoofdpersonen in de creatie van een God, is het wereldje waarin we leven een stuk kleiner en gemakkelijker te overzien. Dan ben ik toch liever de fantast of de wetenschapper. Dan ben ik liever Ross.